Gemiddeld eindigt ongeveer 15% van de zwangerschappen op een miskraam. Meer dan je zou denken dus. Voorzichtigheid is dus zeker geboden. Hieronder vind je enkele tips om het risico op een miskraam zoveel mogelijk te verkleinen.
1. Laat je onderzoeken door een arts
Als je probeert om zwanger te worden, kun je je best eens op voorhand een volledige check-up laten doen door een arts. Zo leg je risicofactoren als diabetes, hoge bloeddruk, Polycysteus-ovariumsyndroom (PCOS, een afwijking aan de eierstokken), vleesbomen (gezwel in de baarmoederwand) of afwijkingen aan de schildklier bloot. De meeste van deze aandoeningen zijn immers zeer goed te behandelen.
Overloop samen met je arts je medische voorgeschiedenis. Vergeet niet de medicatie en supplementen te vermelden die je gebruikt. Informeer naar geneesmiddelen die een risico inhouden voor de zwangeschap (zoals ibuprofen). Overloop ook de medische problemen van je familie.
2. Vermijd stress!
Als je een ding moet vermijden als je zwanger wilt worden of als je zwanger bent, is het wel stress. Volgens lopen vrouwen die zich gelukkig, ontspannen en evenwichtig voelen 60% minder risico op een miskraam. Maar anti-stressmiddeltjes als alcohol of tabak zijn tijdens de zwangerschap natuurlijk uit den boze. Zoek eerder je toevlucht tot rustige lichaamsoefeningen, een etentje met vrienden, een middagje shoppen, een filmpje meepikken.
3. Laat een chromosomenonderzoek uitvoeren
Als je al eerder een miskraam gehad hebt, is het een aanrader een chromosomenanalyse te laten uitvoeren op de twee partners. In ongeveer 5% van de gevallen komt er een afwijkende uitslag uit, waarna je verder verwezen wordt naar een specialist. De meeste miskramen (meer 50%) zijn echter het gevolg van een toevallige chromosoomafwijking van de vrucht, die na de bevruchting plaatsvindt.
4. Meer onderzoeken
Als je al twee of drie miskramen gehad hebt en uit het chromosomenonderzoek bleek dat je chromosomen normaal waren, is er een grote kans dat je probleem op te lossen is. Maar om daar achter te komen, moet je eerst een paar extra testen ondergaan. Zo kun je getest worden op een genetische aanleg voor bloedklonters, een zwakke baarmoederhals, een hormonale onevenwichtigheid. Voor al deze problemen bestaat er trouwens een oplossing.