Knieblessures: hoe ontstaan ze?

Knieblessures, duizenden voetballers en andere sporters zijn er ieder jaar het slachtoffer van. Maar knieklachten kunnen ook het gevolg zijn van een ongeluk of van overbelasting.

Het kniegewricht is een scharniergewricht. Dat betekent dat het kniegewricht maar in één richting kan bewegen: strekken en buigen. Om die bewegingen gelijkmatig te laten verlopen, wordt het raakvlak van het bovenbeen en het scheenbeen omvat door de meniscus. De ligamenten zijn bindweefselbanden, banden van vezelachtig weefsel die beenderen of het kraakbeen met elkaar verbinden en de gewrichten krachtiger maken. Als ligamenten gedraaid en gewenteld worden, komen ze onder grote druk te staan. De knie heeft vier ligamenten: twee kruisbanden (de voorste en de achterste) en twee gewrichtsbanden (aan de zijkanten).

Artsen kunnen in veel gevallen niet meteen de diagnose stellen omdat de knie zo pijnlijk en dik is dat een degelijk onderzoek niet mogelijk is. Daarom wordt er vaak een drukverband rond de knie gelegd. Als de zwelling een paar dagen later is, kan de arts hem onderzoeken. Er wordt een röntgenfoto genomen of een MRI gemaakt. De arts kan ook door middel van een artroscopie de knie van dichterbij onderzoeken. Vaak is er sprake van een scheuring in de ligamenten. Een andere veel voorkomende blessure is een meniscuslaesie of ‘voetbalknie’. De knie is dan verdraaid, waardoor er een verscheuring van de meniscus optreedt.

Bij de grote meerderheid van deze blessures is er geen operatie nodig. In de plaats daarvan kiezen artsen liever voor fysiotherapie. Soms kunnen patiënten er wel chronisch last aan overhouden.

Dit bericht is gepost op 21 september 2007 om 10:34 am uur en is geplaatst in spieren en gewrichten, sporten en gezondheid.

Andere interessante artikels: Wat is osteoporose?
Wat is MRSA?