Vaccinatie, wat is het?

Vaccinatie is al decennialang een bekend en vertrouwd begrip. We laten onze kinderen vaccineren tegen pokken, tetanus en hepatitis, wie op reis gaat naar de tropen laat zich vaccineren tegen malaria… Maar wat houdt zo’n vaccinatie precies in en op welke wijze beïnvloedt dit je lichaam? Hieronder gaan we er even dieper op in.

Wat is een vaccin?

Ons immuunsysteem is erop getraind om snel ziektekiemen of virussen te ontdekken en die ook te onthouden. Vaccins maken hier gebruik van. Ze stellen je lichaam bloot aan een gedode of verzwakte vorm van het organisme of virus dat een bepaalde ziekte veroorzaakt. Het organisme is onschadelijk gemaakt, waardoor je niet ziek wordt, maar je lichaam herkent het nog steeds als ziektekiem, waardoor je immuunsysteem gaat reageren. Het stuk van de indringer waar het lichaam op reageert noemen we het antigen.

Hoe reageert je lichaam op de vaccinatie?

Je lichaam zal dus reageren alsof het getroffen wordt door het ziekmakend organisme. Het afweersysteem zal extra cellen aanmaken om de indringers te bestrijden. Het gaat hier om twee soorten cellen, namelijk plasmacellen en B-geheugencellen. De reactie van je lichaam gebeurt in twee stappen:

1. De plasmacellen maken in ijltempo een zeer groot aantal antilichamen aan. Deze cellen bestrijden de indringers door zich aan hen vast te klampen en hen zo te neutraliseren. De concentratie antilichamen in het bloed piekt ongeveer 14 dagen na de vaccinatie. Deze stap noemt men de primaire respons.

2. Naast de plasmacellen zijn er dan nog de B-geheugencellen, die informatie bijhouden over de ziekmaker. Enkele weken na de vaccinatie zijn de plasmacellen weer verdwenen, maar de B-geheugencellen niet. Zij blijven jarenlang aanwezig in slaapmodus. Wanneer je lichaam ooit weer blootgesteld wordt aan hetzelfde organisme, wordt dit meteen herkend door de B-geheugencellen, die de productie van plasmacellen in gang zetten. Omdat de plasmacellen al eens hebben moeten optreden tegen hetzelfde organisme, zijn zij in staat op korte tijd zeer veel antilichamen te ontwikkelen. Die vallen dan de ziekmakers aan, voor deze de kans hebben om gezonde cellen aan te tasten. Deze versnelde reactie die op gang gebracht wordt door de B-geheugencellen noemen we de secundaire respons.

Is er een verschil tussen  vaccins?

Er bestaan meerdere soorten vaccins. Enerzijds heb je vaccins die nog levende, verzwakte organismen bevatten. Deze vaccins kunnen zorgen voor een levenslange immuniteit. Anderzijds heb je vaccins die een dood organisme bevatten, of die enkel het antigen van het organisme bevatten, die de reactie van het lichaam oproept. Deze moeten na een bepaalde periode opnieuw toegediend worden, zodat je lichaam de indringers kan blijven herkennen.

Dit bericht is gepost op 2 augustus 2010 om 10:05 am uur en is geplaatst in Algemeen.

Andere interessante artikels: Opletten voor hondsdolheid
Wat is nachtangst?