Tag

Wat is kunstmatige inseminatie

Niet alles in het leven gaat zoals gepland. Obstakels die verschijnen op onze weg tot geluk, we kennen het allemaal. Soms is het echter mogelijk deze obstakels te vernietigen. Kunstmatige inseminatie is een techniek om een vrouw te bevruchten, wanneer het niet lukt door natuurlijke geslachtsgemeenschap. De oorzaken van het niet zwanger kunnen worden kunnen zeer uiteenlopend zijn en zowel bij de man als bij de vrouw liggen. Soms produceert de man te trage zaadcellen, waardoor bevruchting onmogelijk is. In dat geval kan het koppel een zaaddonor zoeken. In andere gevallen kan de baarmoederhals van de vrouw een barrière vormen voor de zaadcellen, waardoor de deze niet ver genoeg geraken.

Het proces

De eerste stap gebeurt in het laboratorium, waar de ‘goede’ zaadcellen van de donor van zijn ‘slechte’ worden onderscheiden. De meest beweeglijke zaadcellen worden in een staaltje geplaatst en via een fijn plastic buisje rechtstreeks in de baarmoeder gebracht. Deze techniek wordt ‘intra-uteriene inseminatie’ genoemd. De interventie is pijnloos en duurt niet langer dan een uur. Na 2 weken wijst een zwangerschapstest uit of de inseminatie succesvol was. Is dit niet zo, zal worden gezocht naar de oorzaak van de faling en kan er eventueel een tweede keer kunstmatig worden geïnsemineerd.

Slaagkansen

De slaagkansen zijn zowel afhankelijk van de problemen die aan het onmogelijk maken op natuurlijke wijze zwanger te worden als van de leeftijd . De meeste koppels die voor intra-uteriene inseminatie gaan, hebben tussen de 5 en de 20 procent kans op succes.

Wat kost het?

Kunstmatige inseminatie kost ongeveer tussen de 200 en de 500 euro. Een aanzienlijk bedrag zo lijkt, maar sinds 1 oktober 2008 betaalt de ziekteverzekering (weliswaar onder bepaalde voorwaarden) deze kosten volledig terug.

Tags ,

Zelf bepalen of je je eisprong hebt

Iedere maand wordt er een eitje volledig rijp in een vrouwenlichaam. Een vrouw wordt geboren met zo’n twee miljoen eicellen. In de eerste levensjaren van een meisje sterven er hier al heel veel van af, waardoor er uiteindelijk nog 200.000 overblijven. Het hormoon oestrogeen zorgt ervoor dat iedere maand een aantal eicellen tot rijping komen. Daarvan zal maar één eicel volledig rijpen. Op dat ogenblik kan de eisprong plaatsvinden. De eicel bevindt zich dan in de eileider en kan bevrucht worden.

In de eileider moet de eicel wachten op de zaadcellen. De eicel blijft ongeveer 6 tot 24 uur in leven. In die tijd kan de eicel bevrucht worden. Als dat niet gebeurt, wordt de vrouw gewoon weer ongesteld en zal er een eicel tot rijping gebracht worden voor de volgende cyclus. Een vrouw kan dus twee tot drie dagen per maand zwanger worden.

De eisprong vindt normaal plaats in de periode tussen een week na de laatste menstruatie en twee weken voor het begin van de volgende menstruatie. Er bestaan verschillende methoden om te bepalen of je je eisprong hebt en dus vruchtbaar bent

1. Temperatuur meten

Als je een eisprong hebt, stijgt je lichaamstemperatuur lichtelijk met een paar tienden. Als je weet wat jouw normale temperatuur is, kun je ook ontdekken wanneer deze iets hoger is. Om je temperatuur nauwkeurig te bepalen, moet je twee tot drie maanden lang elke dag je temperatuur opnemen. Dit kun je best rectaal doen (via de anus), want die resultaten zijn iets juister. Houd alle resultaten bij. Na een paar maanden zul je wel merken wanneer jouw temperatuur iets hoger ligt dan normaal het geval is.

2. Varentest

Je kunt er ook voor een varentest oftewel speekseltest kiezen. Dit Dat apparaatje kun je op twee manieren gebruiken: via de mond of via de schede. Je kunt dus zowel speeksel als vaginaal vocht gebruiken. De speekseltest baseert zich op het oestrogeengehalte van je lichaam. de concentratie oestrogeen in je lichaam bereikt een piek tijdens de eisprong. Ook de concentratie sodiumzout is dan uitzonderlijk hoog. Als je na het indrogen van je speeksel kristalachtige streepjes of een varenstructuur kunt onderscheiden, zit je in je vruchtbare periode.

3. Andere testen

Andere ovulatietesten kunnen ook aangeven wanneer je een eisprong (ovulatie) hebt. Die testen bestaan doorgaans uit losse strips, die eenmalig te gebruiken zijn. Ook zij sporen het ovulatiehormoon op dat verantwoordelijk is voor de eisprong. De testen werken, in tegenstelling tot de varentest, met urine.

Tags , ,