Tag

Wat is tandbederf?

Tandbederf is een van de meest voorkomende aandoeningen van het gebit. Eerst ontstaan er gaatjes door de tandplak op het gebit, waarin bacteriën zitten. dat kan leiden tot gaatjes in de tanden, verrotting van de tanden en als je niet oplet zlefs uitgroeien tot een lichaamsinfectie. Een overzicht van de verscillende fasen bij tandbederf, ook bekend onder de wetenschappelijke naam cariës.

1. Groei van bacteriën

De hoofdoorzaak van tandbederf zijn streptokokkenbacteriën. De meest voorkomende soort in de tandplak die zich op de tanden vormt (supragingivale tandplak) is Streptococcus mutans. Ook andere soorten bacteriën komen voor in het verrottingsproces, maar in iets mindere mate. Lactobacilli nemen de spleetjes in de kroon in en actinomyces zijn betrokken in het bederf rond de blootgestelde delen van de wortel.

2. Demineralisatie

Bacteriën die gaatjes in de tanden veroorzaken, overleven op een constante levering van koolhydraten, vooral suikers. Een slechte tandhygiëne maakt het mogelijk dat ze blijven groeien. Als de bacteriën suiker metaboliseren, produceren ze genoeg zuur. Dat zuur lost het tandglazuur op. Dat proces noemen we demineralisatie. Deze erosie verloopt zeer traag, om het lichaam voldoende tijd te geven om het tandglazuur aan te vullen. Maar als er genoeg bacteriën zijn, produceren deze genoeg zuur om het tandglazuur sneller op te lossen dan het lichaam het kan aanvullen. Kleine putjes bederven het tandoppervlak en er beginnen gaatjes te verschijnen. Het tandbederfproces duurt verschillende maanden.

3. Eerste fase van het tandbederf

In een eerste fase verschijnen er witte of bruine plekjes op je tanden. Deze zijn enkel waarneembaar voor je tandarts. Een andere aanwijzing voor tandbederf is een ‘schaduw’ of plekje met minder dichtheid op een röntgenstralingfoto. Als je tandbederf in deze fase ontdekt, is er een grote kans dat verrotting voorkomen kan worden.

4. Vorming van gaatjes

Als er niets aan gedaan wordt, zal het zuur uiteindelijk het tandglazuur aantasten, waarna er zich gaatjes zullen vormen. In deze fase kan de tand zich niet meer zelf herstellen. Zowel de minerale kristallen als de levende cellen die het tandbeen samenstellen zijn kwetsbaar voor gaatjes. De verrotting kan zich voortzetten door het tandbeen en delen van het tandweefsel vernietigen die nog bedekt worden door tandglazuur. Op dit moment kan je tand pijn beginnen doen en gevoelig zijn voor hete, koude en zoete etenswaren.

5. Kiespijn (pulpitis)

Zonder tussenkomst blijft het gaatje groeien. Het zal uiteindelijk het zachte tandmerg aantasten en een infectie veroorzaken die we pulpitis noemen. Het aangetaste tandmerg zwelt op, maar het omringende tandbeen voorkomt dat het zich nog verder uitbreidt. Uiteindelijk vernietigt het opgezwollen weefsel de bloedvaten, waardoor de bloedtoevoer naar het tandmerg afgesneden wordt en het tandmerg sterft. De pijn zal dan niet meer te harden zijn.

6. Abces en verspreiding

De infectie kan zich verder verspreiden tot aan de wortel van de tand en zo een ontsteking veroorzaken: een abces. Van daar kan het zich verspreiden in het omringende weefsel. Uiteindelijk kan de infectie bloedstroom binnengaan en in je lichaam een infectie veroorzaken die mogelijk zelfs levensbedreigend is.

Tags , , , , , ,