Tag

Wat is dyspraxie?

Dyspraxie wordt ook wel coördinatie-ontwikkelingsstoornis genoemd. In teksten gebruikt men vaak de afkorting DCD, die staat voor developmental co-ordination disorder. In dit moeilijke woord vind je meteen de basiselementen van de aandoening terug: het gaat om een verstoring van de ontwikkeling van een kind, waardoor het onder andere moeilijkheden ervaart met beweging en coördinatie. De kern van de stoornis is vermoedelijk een communicatieprobleem tussen de hersenen en het lichaam. Dit probleem zou veroorzaakt worden door een onvolledige of te trage ontwikkeling van de neuronen in de hersenen.

Wat zijn de symptomen van dyspraxie?

Mensen met dyspraxie ervaren in de eerste plaats veel problemen met hun fijne motoriek. Daardoor kunnen zij nogal lomp en onhandig overkomen. Fijne bewegingen zoals tandenpoetsen zijn voor hen niet evident. Zij hebben ook problemen met coördinatie van hun bewegingen, wat zich uit in een slecht richtinggevoel, een slechte houding en een eerder klungelige tred. Een tweede soort symptomen heeft te maken met perceptie, gedachten en taal. Mensen met dyspraxie hebben moeite met lezen en schrijven en hebben een slecht kortetermijngeheugen. Vaak hebben zij ook spraakproblemen. Al deze symptomen manifesteren zich reeds op vroege leeftijd. Hierdoor dacht men vroeger dat het uitsluitend ging om een kinderziekte. Dit is niet het geval.

Wat zijn de risicofactoren van dyspraxie?

Deze ontwikkelingsstoornis treft zo’n twee percent van de bevolking. De stoornis komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Er is ook sprake van een erfelijke factor. Dit betekent dat de kinderen van mensen met een familiegeschiedenis van dyspraxie meer risico lopen om zelf de stoornis te ontwikkelen. Dyspraxie komt geregeld voor in combinatie met andere ontwikkelingsstoornissen, zoals ADHD en dyslexie. Sommige artsen vermoeden dat ongeveer de helft van de kinderen met dyspraxie ook ADHD hebben.

Prognose

Dyspraxie kan niet genezen worden, maar er bestaan meerdere therapieën die het kind kunnen leren om met de stoornis om te gaan. Het gaat hier vooral om spreektherapie (logopedie) en therapie die gericht is op het volbrengen van dagdagelijkse taken en het verwerven van onafhankelijkheid. Tot slot is het belangrijk om te benadrukken dat kinderen met dyspraxie niet dom of achterlijk zijn: de stoornis staat los van de intelligentie van het kind. Dyspraxie verstoort echter wel het leervermogen. Dit betekent dat het kind op school mogelijk extra begeleiding nodig heeft.

Tags , ,