Tag

Diep-veneuze trombose, gevaarlijke stolling van het bloed

Een diep-veneuze trombose doet zich voor wanneer bloed van vloeibare toestand overgaat in een solide toestand, oftewel stolt. Wanneer dit bloedstolsel zich voordoet in een grote ader, spreken we van een diep-veneuze trombose.

Een diep-veneuze trombose (DVT) doet zich meestal voor in de bovenbenen of het bekken.

Gevolgen diep-veneuze trombose

Het is belangrijk om te weten dat DVT niet in alle gevallen gevaarlijk is. Het is zelfs perfect mogelijk een kleine DVT te hebben, zonder er hinder van te ondervinden.

De aandoening kan gevaarlijk of zelfs dodelijk zijn als het stolsel zo groot wordt dat een obstructie ontstaat in een van de belangrijkste aders –vooral de aders die bloed van het hart naar de longen voeren.

Longembolie

Een bloedklonter kan ontstaan in de bovenbenen of in de kuitspieren na een lange periode van inactiviteit.

Bij het plots rechtstaan, verhoogt de bloedstroom in de ader en hierdoor kan de klonter (of een deel hiervan) afbreken en richting het hart vloeien. Wanneer de klonter zijn weg verder zet naar de longen, spreken we van een longembolie.

Langeafstandsvluchten

Waarom verhogen langeafstandsvluchten het risico op DVT? Eerst en vooral is de lucht enorm droog in vliegtuigen en is de kans op dehydratatie daarom ook groot. In geval van dehydratatie wordt het bloed dikker dan normaal en verhoogt hierbij de kans op het ontstaan van bloedklonters.

Daarnaast zijn de mogelijkheden tot rondlopen in een vliegtuig ook enorm beperkt. Een krappe zitpositie kan tot gevolg hebben dat het bloed op bepaalde plaatsen trager stroomt, wat op zijn beurt tot het vormen van klonters kan leiden.

Tags , , , , ,

Diep-veneuze trombose: gevaarlijke bloedklonter

Diep-veneuze trombose (DVT)  is een bloedklonter in een diepe ader, vaak die van onze onderbenen. Dit bloedstolsel kan ervoor zorgen dat onze bloedcirculatie belemmerd wordt. Een belangrijke complicatie is het losschieten van het stolsel naar het hart of de longen (longembolie).

Oorzaken diep-veneuze trombose

- Een van de belangrijkste oorzaken van diep-veneuze trombose is een verminderde bloeddoorstroming. Bedlegerigheid, een gipsverband of een lange vliegtuigreis zijn maar enkele voorbeelden van situaties waarin onze bloeddoorstroming vertraagt of vermindert.
- Beschadigde aderwand door een ontsteking of wonde. Ook na een operatie kan de aderwand beschadigd geraken waardoor het risico op het ontwikkelen van DVT stijgt.
- Risicofactoren zoals roken, erfelijke aanleg, overgewicht, kanker, leeftijd (hoe ouder, hoe groter het risico),…

Symptomen diep-veneuze trombose

Diep-veneuze trombose uit zich in een aantal typische klachten. Toch wil dit niet zeggen dat er altijd symptomen gepaard gaan met de aandoening. Soms zijn er namelijk slechts vage of helemaal geen klachten.

De belangrijkste symptomen bij DVT zijn:
- Zwelling
- Pijn
- Verkleuring op de plaats van het stolsel
- De zone waarin het stolsel zich bevindt voelt warmer aan

Vaststellen van DVT

Echografisch kan diep-veneuze trombose makkelijk vastgesteld worden. Meer bepaald het Doppler-onderzoek (of Duplex-onderzoek) meet de stroomsnelheid van het bloed door middel van geluidsgolven.  Wanneer de stroomsnelheid sterk afneemt, kan er een vermoeden van een bloedklonter zijn. Vaak wordt dan nog een CT-scan gemaakt om de diagnose te bevestigen. Ook door middel van een bloedonderzoek (D-dimeertest) kan men nagaan of er in het bloed afbraakstoffen aanwezig zijn die wijzen op een bloedklonter.

Behandeling diep-veneuze trombose

De behandeling hangt af van de plaats en de uitgebreidheid van de bloedklonter. In sommige gevallen kiest men enkel voor het gebruik van steunkousen of een windel. Wel wordt er altijd orale antistollingsmedicatie toegediend.

Bij ernstigere gevallen zal men altijd chirurgisch ingrijpen, omdat DVT kan leiden tot longembolie wanneer het stolsel naar de longen schiet. Hierbij gaat men via de lies een katheter inbrengen met antistollingsmedicatie. Een andere vorm van chirurgie is het plaatsen van een metalen filter in de onderste holle ader, dat de klonter zal opvangen wanneer deze losschiet.

Tags , , , , ,

Wat is een bloedklonter?

Een bloedklonter ontstaat wanneer een “vreemd” obstakel, zoals een luchtbel of een stukje gestold bloed, in je aders rondzwemt. Wanneer dit obstakel in een bloedvat verstrikt geraakt, kan het je bloedsomloop blokkeren. Dit noemt men embolie. Dit is gevaarlijk, omdat je lichaam via je bloed zuurstof rondbrengt naar je ledematen en organen. Wanneer een embolie de bloedtoevoer naar een belangrijk orgaan verhindert, zal het orgaan niet meer werken. Wanneer de embolie de weg naar je hersenen, je longen of je hart blokkeert, spreken we van een medisch noodgeval.

Wat kan een embolie veroorzaken?

- Vet
De obstakels die een embolie kunnen veroorzaken, noemen we “vreemde lichamen”. Hiermee bedoelen we alle stoffen of dingen die misschien wel deel uitmaken van je lichaam, maar die niet in je bloedsomloop horen te zitten. Een voorbeeld: wanneer een van je grootste beenderen, zoals je dijbeen, gebroken is, kunnen er vanuit die breuk deeltjes vet vrijkomen, die dan in je bloedsomloop terecht kunnen komen. Vet kan ook in je bloed geraken na ernstige brandwonden, of als complicatie na een operatie.

- Gestold bloed
Een embolie kan ook veroorzaakt worden door gestold bloed. Je bloed bevat elementen die het kunnen doen stollen of klonteren. Dit is bijvoorbeeld noodzakelijk om een hevige bloeding te doen stoppen, zoals wanneer je je gesneden hebt. Wanneer het bloeden dan stopt, wordt de bloedklonter “ontmanteld”. Er bestaan echter aandoeningen, zoals hartziekten en hoge bloeddruk, waarbij zich bloedklonters vormen ook wanneer er nergens een bloeding te bespeuren valt. Deze klonters worden niet ontmanteld, maar blijven door je bloedbanen rondwaren. Zo kunnen zij een embolie veroorzaken. Zo’n bloedklonter wordt ook wel trombose genoemd.

- Cholesterol
Een derde soort van vreemde lichamen is cholesterol. Mensen die lijden aan aderverkalking (of atherosclerose) lopen een hoger risico op embolie door cholesterol. Het gaat hier dan om kleine stukjes cholesterol die zich losmaken van de wand van een bloedvat en zo een bloedbaan blokkeren.

- Luchtbellen
Een laatste soort obstakel is een luchtbel of andere gasbel. Embolie door gasbellen is komt in het bijzonder voor bij diepzeeduikers die te snel boven komen. Het snelle drukverschil zorgt ervoor dat belletjes stikstof zich in de bloedbanen duwen.

Tags , , ,

Wat is aderverkalking?

Atherosclerose of aderverkalking is een ziekte in de slagaders. De laag plaque tegen de wand van de slagader verdikt, waardoor het kanaal versmalt en de bloedstroom bemoeilijkt wordt. Dit kan voorkomen in ieder lichaamsdeel, maar is het gevaarlijkst wanneer het voorkomt in het hart, de hersenen of de bloedvaten die naar de hersenen leiden.

Wat?

De versmalling is te wijten aan de vorming van plaque aan de binnenkant van de aders. Deze plaque bestaat uit lipoproteïnen, afgestorven spiercellen, vezelweefsel, bloedklontertjes, cholesterol en soms zelfs calcium. De plaque komt vooral voor bij mensen met een hoge concentratie cholesterol in de bloedstroom.

Plaque komt voor bij iedere persoon, maar de hoeveelheid en de dikheid vergroten met het ouder worden, waardoor ook het risico op bloedklonters verhoogt. Soms breken stukjes van de bloedklonters af en vormen ze een embolie, die de kleinere aders blokkeert.

Atherosclerose leidt jaarlijks tot heel wat dodelijke slachtoffers. Ischemische hartklachten, veroorzaakt door een vernauwing of verstopping van de kransslagaders, komt het meest voor. Ook een beroerte is een veel voorkomende aandoening.

Oorzaken

Waarom komt atherosclerose of aderverkalking bij de ene persoon wel voor in de kransslagaders en bij de andere niet?  Verschillende factoren kunnen hierbij meespelen, waaronder hoge bloeddruk, roken, diabetes, obesitas, hoge cholesterol, een familiegeschiedenis van hartziekten en een sedentaire levensstijl.

Symptomen

Bij aderverkalking merk je geen symptomen op, totdat de schade aan de aders erg genoeg is om de bloedstroom te verminderen.  Die vermindering van de bloedstroom kan leiden tot angina pectoris of een hartaanval.

De vermindering van de bloedstroom naar de beenspieren veroorzaakt etalagebenen. Dat is pijn in de benen die je vooral tijdens het wandelen voelt. Het versmallen van de aders die bloed naar de hersenen vervoeren, kan TIA (Transient Ischaemic Attack) veroorzaken, oftewel  een voorbijgaande ischemische aanval.

Behandeling

Medicatie volstaat niet voor de behandeling van atherosclerose. De schade is immers al toegebracht. Antistollingsmiddelen of bloedverdunners worden gebruikt om het risico op secundaire klonters of embolie te minimaliseren.

Bloeddrukverlagende medicijnen kunnen de symptomen verlichten, maar hebben geen geneeswaarde. Een angioplastie kan de vernauwde bloedvaten terug opentrekken. De bloedstroom naar het hart kan ook hersteld worden door kransslagaderchirurgie.

Tags , , , , , ,