Tag

Een behandeling met insuline

Mensen die aan diabetes type 1 lijden, moeten behandeld worden met insuline. Insuline is een natuurlijk hormoon dat uitgescheiden wordt door de bètacellen van de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier. Insuline reageert op een verhoogde hoeveelheid glucose in het bloed: als er veel glucose in je bloed is, maakt de alvleesklier extra veel insuline aan om de glucose af te kunnen breken.
Soms moeten mensen die aan diabetes type 2 lijden, ook nog met insuline behandeld worden (vaak maken zij zelf nog genoeg insuline aan).  De dokter zal je dit altijd duidelijk zeggen.

Hoe word je behandeld met insuline?

Insuline zorgt ervoor dat de glucosespiegel van het bloed daalt. Als je iets eet met suiker erin, stijgt de glucosespiegel van ons bloed. Deze glucosespiegel mag niet te hoog worden en daarom schiet de insuline in actie: de glucosespiegel (of suikerspiegel) daalt. Ook zorgt glucose ervoor dat de glucose, die ons lichaam nodig heeft, goed wordt opgenomen door de spieren en andere weefsels. Wij hebben glucose in ons lichaam nodig om de spieren te laten herstellen van inspanning (spieren beginnen vaak te trillen als ze een grote inspanning geleverd hebben en geen glucose meer hebben) en om alle cellen verder op te bouwen.

Wanneer de insuline haar werk niet goed doet, kan je aan hyperglycemie (te veel suiker in het bloed) of hyperlipemie (te veel lipiden of vetten  in het bloed) lijden. Je krijgt dan last van uitgesproken tekenen van diabetes:

- Veel dorst en veel water drinken (dit is het allerbelangrijkste symptoom)
- Veel moeten plassen
- Soms gewichtsverlies
- Veel slapen en onverschilligheid

Wanneer de dokter diabetes geconstateerd heeft, zal hij samen met de patiënt kiezen voor de fijnste oplossing om genoeg insuline binnen te krijgen.  Er bestaat humane (lijkt het meeste op de natuurlijke insuline) insuline en  insulineanalogen (lijken minder op de natuurlijke insuline). De insuline kan kort- of langwerkend zijn. Welke soort je kiest, hangt af van het type diabetes waaraan de patiënt lijdt. Insuline moet altijd ingespoten worden. Dit kan vervelend zijn om te doen, maar de dokter of een verpleegster zal je de eerste keren helpen. Daarna leren ze de patiënt bij zichzelf de insuline in te spuiten.

Tags , , ,

Wat is de oorzaak van diabetes?

In België en Nederland leiden ongeveer 500.000 mensen aan suikerziekte of diabetes. Deze ziekte ontstaat door het niet of onvoldoende produceren van insuline door de alvleesklier.

De alvleesklier en de eilandjes van Langerhans

De alvleesklier is een klierachtig orgaan in de buikholte. Een van de taken van dit orgaan is het produceren van spijsverteringsenzymen. In de alvleesklier ligt eveneens een groep cellen, de eilandjes van Langerhans, die insuline produceren en afscheiden. Bij diabetici werken deze eilandjes van Langerhans niet of onvoldoende en wordt er dus geen of onvoldoende insuline aangemaakt.

Insuline en glucose

De koolhydraten in onze voeding (suikers en zetmeel) worden door ons lichaam geabsorbeerd en omgezet in glucose. Dit is een brandstof die ons lichaam van energie voorziet. Insuline transporteert glucose en zorgt ervoor dat de glucose verder tot energie wordt omgezet. Is er geen of te weinig insuline, dan blijft er dus te veel glucose achter in het bloed. Dit heeft nare gevolgen voor ons lichaam.

Diabetestypes

Er zijn verschillende diabetestypes:
• Diabetes type 1
• Diabetes type 2
Zwangerschapsdiabetes

Tags , ,

Complicaties van diabetes op korte termijn

Als je diabetes slecht behandelt, kunnen er complicaties optreden. Zowel op lange termijn als op korte termijn. Hypoglycemie en Hyperglycemie zijn complicaties die acuut kunnen optreden.

Hypoglycemie of hypo

Bij een te laag bloedglucosegehalte (lager dan 50 mg/dl) heb je een hypo. Dat kan een gevolg zijn van het innemen van te veel insuline , het eten van te weinig koolhydraten door de verkeerde voeding, het overslaan van een maaltijd of te veel sporten. Een persoon met hypo voelt zich verward en duizelig. Hij heeft honger, kan zweten en beven en heeft een wazig zicht. Stuipen kunnen optreden en de patiënt kan bewusteloos geraken.

Het is belangrijk dat je een diabeet met hypo onmiddellijk koolhydraten toedient. Je kan hem bijvoorbeeld een klontje suiker of druivensuiker geven. Ook kan de diabetespatiënt een boterham eten of cola drinken.

Hyperglycemie of hyper

Een hyper doet zich voor wanneer een diabeet een te hoge glucosespiegel heeft. Dit kan veroorzaakt worden door een tekort aan insuline, ziekte, te veel eten of een tekort aan beweging. De diabeet voelt zich misselijk, heeft dorst, is vermoeid en moet veel urineren. Je kan dan best (extra) insuline toedienen.

Tags , , , , ,

Hoe behandel je diabetes?

Diabetes wordt behandeld door ervoor te zorgen dat een diabetespatiënt normale bloedglucosewaarden heeft. Zo voorkomt men complicaties op lange en korte termijn. Een diabetespatiënt regelt zijn bloedglucosewaarden door te zorgen voor een goede verhouding tussen voeding (doet de waarden stijgen), medicatie en/of insuline (doet de waarden dalen) en beweging (doet de waarden dalen). Stress, groei, ziekte,… kunnen de bloedglucosewaarden ook doen dalen.

Diabetici moeten hun glucosegehalte regelmatig controleren. Dit doen ze door een druppeltje bloed te prikken (meestal in een vingertop) en dit bloed te meten met een bloedglucosemeter. Zo kunnen ze zien of hun glucosegehalte te hoog (hyperglycemie), te laag (hypoglycemie) of normaal is.

De behandeling van diabetes type 1 en type 2 verschilt. Bij diabetes type 1 bestaat de behandeling uit het toedienen van insuline via een insulinepen of -pomp. Insuline in pilvorm is ook mogelijk.

Diabetes type 2 doet zich meestal voor bij personen met overgewicht. Daarom wordt hen ten zeerste aangeraden om gewicht te verliezen. Een gewichtsverlies van 5 % kan soms al voldoende zijn om de insulineresistentie te verminderen. Vervolgens krijgen de patiëntenvaak antibiotica toegediend die de alvleesklier moet stimuleren om meer insuline te maken. Deze medicatie maakt de cellen ook gevoeliger voor insuline. Pas als dit niet meer volstaat om de bloedsuikerspiegel te controleren, zal er insuline worden toegediend.

Tags , , , ,

Op reis als diabetespatiënt

Als je diabetes hebt, wil dat niet zeggen dat je thuis moet blijven. Je moet je wel goed voorbereiden en een zekere discipline en regelmaat in acht nemen.

Zorg voor een goede voorbereiding

Zorg ervoor dat je een voldoende voorraad insuline meeneemt. Neem ook de nodige reserverecepten mee. Best kan je de medicijnen over de bagage van jezelf en die van je reisgenoten verdelen zodat bij diefstal van een koffer of tas je nog een deel medicijnen over hebt waarmee je voorlopig verder kan.

Eventueel kan je aan je verblijfplaats op voorhand de nodige dieetwensen doorgeven zodat ze hier rekening mee kunnen houden. Vraag advies aan je huisarts over hoe je je medicijnen kan aanpassen aan de tijdsverschillen. Laat je arts ook een attest in verschillende talen opmaken waarmee je kan duidelijk maken dat je diabetespatiënt bent. Zo kan je op de luchthaven bijvoorbeeld ook bewijzen dat je bepaalde medicatie en spuiten aan boord van het vliegtuig moet meenemen.

De reis

Als je met het vliegtuig op reis gaat, is het belangrijk dat je je insuline niet in de koffer steekt die in het bagageruim van het vliegtuig wordt vervoerd. De temperatuur kan hier tijdens de reis dalen tot ver onder het vriespunt. Als insuline eenmaal bevroren is geweest, kan je het niet meer gebruiken.

Zorg dat je de nodige medicatie (insuline, injectiemateriaal, druivensuiker,…) bij de hand hebt zodat je je behandeling ook tijdens de reis kan verderzetten.

Op bestemming

Bewaar je insuline zo koel mogelijk. Leg de insuline als het kan in de koelkast. Indien er geen koelkast aanwezig is, bewaar het dan in een koffer of in het nachtkasje. Bewaar de insuline zeker niet in de felle zon of in de auto. Neem als je een uitstap maakt voldoende proviand en druivensuiker mee voor tussen de maaltijden .

Blijf ook tijdens je vakantie dezelfde gewoontes aanhouden als thuis: regelmatig eten, letten op wat je eet, matig met alcohol,… Op vakantie is het soms verleidelijk om je eens helemaal te laten gaan. Bewaar ook hier de nodige regelmaat en discipline ten opzicht van je behandeling.

Tags , , ,

Maken medicijnen dikker?

Medicijnen zijn meestal noodzakelijk, maar hebben vaak ook minder aangename bijwerkingen. Zo heeft heel wat medicatie een negatieve invloed op je gewicht. Enkele van de medicijnen die tot gewichtstoename kunnen leiden zijn: antidepressiva, anticonceptiepillen, diabetesmedicatie (insuline), steroïden en hormoontherapieën.

Anticonceptiepil

Dat je van de pil altijd dikker wordt, blijkt een fabeltje te zijn. Veel meisjes hebben een heilige schrik dat de kilo’s eraan zullen vliegen, maar dit is echt niet nodig. Uit onderzoek blijkt immers dat er evenveel vrouwen zijn die gewicht verliezen bij het nemen van ‘de pil’ als vrouwen die gewicht bijwinnen. Er zijn verschillende redenen waarom de pil verandering in het gewicht kan teweegbrengen. Een van de boosdoeners kan het hormoon progesteron zijn.

De reden waarom nog steeds heel veel vrouwen geloven in de mythe over de pil en gewichtstoename is dat veel vrouwen in hun adolescentie beginnen met het nemen van een oestrogeen- of progesteronpil. Op die leeftijd is het metabolisme aan het vertragen en probeert het lichaam sowieso gewicht bij te winnen.

Insuline

Gewichtstoename na de start van therapie met insuline is volstrekt normaal. Gewoonlijk komen de patiënten tot zo’n 2,5 kilo bij. De reden hiervoor is dat de insuline de bloedsuiker controleert, die dus na een lange tijd weer gebruikt kan worden. Gewichtstoename ten gevolge van insulinetherapie komt meer voor bij vrouwen dan bij mannen. Op voorhand kun je moeilijk bepalen welke patiënten gewicht zullen winnen. Bij het begin van de insulinetherapie kan het metabolisme vertragen wanneer de bloedsuiker gecontroleerd wordt. Een onaangenaam neveneffect dat kan opduiken is dat de weerstand van de cellen tegen insuline verhoogt en zodoende ook de nood aan medicatie. En zo kom je al snel in een vicieuze cirkel terecht.

Oplossing

De oplossing, zoals zo vaak als er sprake is van overgewicht, is lichaamsbeweging. Een type lichaamsbeweging dat erg effectief is, is aerobische activiteit. Bij deze oefeningen krijgt het lichaam meer behoefte aan zuurstof doordat je grote groepen spieren, die veel zuurstof nodig hebben, gebruikt. Bijgevolg moet het hart harder werken om de spieren van voldoende zuurstof te voorzien, waardoor ook het metabolisme verhoogt.

Tags , , , , ,