Tag

Levertransplantatie: transplantatie van een gezonde lever

Een levertransplantatie bestaat uit het transplanteren van een gezonde lever (of een deel daarvan) van een overledene in het lichaam van een patiënt waarvan de lever onvoldoende functioneert, zoals dat onder andere het geval kan zijn bij cirrose en leverfalen.

Leverziektes

Er zijn veel verschillende leverziektes. Zo kan er sprake zijn van aangeboren afwijkingen, een gezwel of een erfelijke stofwisselingsstoornis die in de lever begonnen is. Vaak worden leverziekten veroorzaakt door virussen, alcoholmisbruik of medicijnen. Een leverziekte kan ook het gevolg zijn van een aandoening aan de alvleesklier of dunne darm. Bij een levertransplantatie wordt de zieke lever vervangen door een gezonde (donor)lever. Soms is het ook mogelijk om een deel van de donorlever naast de eigen zieke lever te plaatsen. Dit stukje donorlever neemt de leverfunctie tijdelijk over zodat de eigen lever zich kan herstellen (auxilaire levertransplantatie). Vergeleken met andere orgaantransplantaties zijn de overlevingskansen bij een levertransplantatie hoog. Ongeveer 75 procent van de getransplanteerde patiënten is na tien jaar nog in leven.

Vormen van levertransplantatie

- Orthotope levertransplantatie (OLT): de zieke lever van de patiënt wordt in zijn geheel verwijderd en vervangen door een donorlever. Deze methode wordt het meest gebruikt.
- Split-liver transplantatie: de donorlever wordt gesplitst in twee delen, zodat twee patiënten getransplanteerd kunnen worden. De grote rechterkwab kan aan een volwassene gegeven worden en de kleine linkerkwab aan een kind. Omdat er maar erg niet veel kinderlevers voor transplantatie beschikbaar komen, kunnen ernstig zieke kinderen op deze manier toch geholpen worden.
- Auxiliaire transplantatie: de donorlever (of een deel ervan) wordt naast de eigen lever van de patiënt geplaatst, zodat iemand tijdelijk twee levers heeft. Dit gebeurt bij patiënten met acuut leverfalen. Er is dan zeer snel een transplantatie nodig. Als na verloop van tijd de eigen lever weer hersteld is, verschrompelt de donorlever of wordt verwijderd. Deze methode wordt niet veel toegepast.
- Levende donortransplantatie: een deel van de lever van een levende donor wordt getransplanteerd. De lever van de donor groeit binnen een paar maanden weer aan. Aan deze operatie zijn vooral voor de donors belangrijke gezondheidsrisico’s verbonden. Dit soort operaties worden in België weinig toegepast

Vooronderzoek

Of je in aanmerking komt voor een levertransplantatie wordt in eerste instantie beoordeeld door de behandelend dokter in je ziekenhuis. Uw dokter bepaalt dit op basis van uw ziekte en verloop van de verschijnselen. Om tot een conclusie te komen onderwerpt de dokter zijn patiënt aan een vooronderzoek.

Tags ,

Wat is een levertransplantatie?

Een levertransplantatie is vaak de enige oplossing voor mensen die een slecht functionerende lever hebben door ziekte of alcoholisme. De lever is een vitaal orgaan en zonder de lever kunnen we niet leven.

Zo zorgt de lever voor:

- Opslag van vitamines en de bouwstoffen van ons lichaam
- Het zorgt voor de stolfactoren in het bloed
- De lever zorgt voor een optimale afbraak van rode bloedcellen
- De lever maakt giftige stoffen minder giftig en scheidt ze zo af in de urine

Levertransplantaties zijn een redelijk nieuw fenomeen. De eerste succesvolle levertransplantatie vond plaats in 1967 maar de operatie zelf wordt pas vaak gebruikt sinds 1983.

De lever is technisch gezien moeilijker om te transplanteren dan de nier. Het slaagpercentage is ook niet zo hoog als bij andere operaties, maar er komt steeds meer verbetering in. Dat wil zeggen betere manieren om afstoting van de nieuwe lever te voorkomen, betere methodes om de donorlever te bewaren en om de geschikte donor te vinden. Door deze factoren neemt het slaagpercentage van een levertransplantatie alleen nog maar meer toe.

Door de lever te transplanteren, kan de patiënt (als de operatie geslaagd is) weer een normaal leven leiden.  De donorlever kan afkomstig zijn van een overleden donor (vaak zijn overleden donoren overleden tijdens een ongeluk en moeten de donororganen zo snel mogelijk verwijderd worden om de versheid te garanderen) of van een familielid of kennis die opgegeven heeft een donor te willen zijn. Ook dan kan er een stuk van de lever (de donor hoeft dan niet overleden te zijn) getransplanteerd worden.

Soms kan het zijn dat de lever na de transplantatie opzwelt omdat het in een lichaam terecht is gekomen dat eerst een slechte leverfunctie had. Aangezien het een slechte leverfunctie had, moet het lichaam nog aan de nieuwe (en goedwerkende) lever wennen.

Na een transplantatie bestaat er altijd een kans dat het lichaam het donororgaan afstoot. Jammer genoeg is deze kans reëel en kan je daar als patiënt het beste rekening mee houden. Het is wel zo dat leverweefsel van een familielid minder snel afgestoten wordt.

Tags , , , , ,