Tag

Wat is maculadegeneratie?

Leeftijdsgebonden maculadegeneratie of LMD treft meer dan 250.000 Belgen. Het is de meest voorkomende oorzaak van onomkeerbaar gezichtsverlies bij personen ouder dan 50 jaar.

Het verloop van deze ziekte kan slechts verbeteren door een vroegtijdige opsporing en behandeling. LMD is een ouderdomsziekte waarbij het centrale zicht geleidelijk achteruitgaat. Het centrum van het netvlies (de macula) wordt aangetast.

De macula zorgen voor het precieze zicht, zoals bij het lezen, het schrijven, het herkennen van details. Achter het netvlies ligt het vaatvlies, dat zuurstof en voedingsstoffen aanvoert, en afvalstoffen afvoert.

Droge en natte vorm maculadegeneratie

Met het ouder worden, raakt de uitwisseling tussen net- en vaatvlies verstoord. Hierdoor raakt het netvlies ondervoed, en stapelen afvalstoffen zich op. De ophoping van afvalstoffen noemt men drusen. Langzamerhand veroorzaken deze drusen onomkeerbare schade aan de zenuwen in het netvlies, waardoor het zicht aangetast wordt. Men spreekt dan van de droge vorm van LMD. Deze vorm is de minst ernstige en de meest voorkomende. Vaak worden beide ogen geleidelijk aangetast, maar niet steeds in dezelfde mate.

De natte vorm van LMD komt gelukkig minder vaak voor. Door het gebrek aan voedingsstoffen en zuurstof in de retina, worden nieuwe bloedvaatjes gevormd die de macula binnendringen en vernietigen. Het centrale zicht gaat snel verloren, in slechts enkele weken of maanden. Bij beide aandoeningen blijft het perifere zicht normaal.

Risicofactoren maculadegeneratie

Deze factoren verhogen de kans op maculadegeneratie:

- Lage inname van bepaalde nutriënten
- Hoge leeftijd
- Roken
- Overmatige blootstelling aan fel zonlicht
- Blanke mensen
- Licht gekleurde ogen
- Hoge bloeddruk

Behandeling maculadegeneratie

Enkele jaren geleden werden medicijnen ontwikkeld die het proces van abnormale bloedvatvorming aan banden leggen.

Het geneesmiddel wordt toegediend in de vorm van inspuitingen in het oog. Bij het merendeel van de patiënten stabiliseert hierna het gezichtsvermogen. Een minderheid ziet zijn gezichtsscherpte zelfs toenemen.

Er zijn complicaties mogelijk zoals infecties, een bloeding, een netvliesscheur of netvliesloslating, maar dat risico is erg klein. Een nadeel is dat de inspuitingen om de vier tot zes weken herhaald moeten worden, en dat gedurende een of twee jaar. Er wordt volop gezocht naar een middel dat minder vaak of op een eenvoudiger manier kan worden toegediend.

Tags , ,