Tag

Wat je moet weten over aids en hiv-besmetting

HIv(het Humaan Immunodeficiëntie Virus) is een virus dat bij de mens het immuunsysteem afbreekt. Aangezien het immuunsysteem ons beschermt tegen ziekten kampen hiv-patiënten vaak met allerlei kwalen. Wanneer hiv-besmetting niet behandeld wordt, zal de weerstand zo zwak worden zodat het lichaam zich niet meer kan verdedigen tegen infecties, wat uiteindelijk zal leiden tot overlijden.

Seropositief

Wanneer hiv-besmetting optreedt, maakt het lichaam antistoffen aan in het bloed. Deze antistoffen zullen de strijd aangaan met de virusdeeltjes. Vanaf dat moment ben je seropositief.

Symptomen

Vaak is men reeds geruime tijd hiv-patiënt vooraleer de diagnose wordt gesteld. Dat komt omdat een infectie met hiv in eerste instantie geen duidelijk merkbare symptomen teweegbrengt. Vaak voelen patiënten zich grieperig. Ook kunnen de lymfeklieren ontsteken. In een latere fase, wanneer het afweersysteem al erg verzwakt is, zijn de symptomen daarentegen van veel ernstigere aard.

Dan kunnen er uiteenlopende ziekten zoals tuberculose, huidziekten en talrijke andere infecties ontstaan. Men noemt dit ook het stadium van de ‘opportunistische’ infecties of aids. Aids is dus de verzamelnaam voor de ziekten die je krijgt wanneer je besmet bent met het hiv-virus.

Oorzaken

Wanneer mensen seropositief zijn, is het hiv-virus aanwezig in hun lichaamssappen: bloed, sperma, vaginale afscheidingen en moedermelk. Het virus kan vervolgens maar op drie manieren worden overgedragen: via seksueel contact, via bloed en van moeder op kind.

Diagnose

De diagnose wordt gesteld via een bloedtest. Het bloedonderzoek stelt vast of het hiv-virus zelf of de antilichamen die het lichaam heeft aangemaakt om zich te verdedigen aanwezig zijn. Dit gebeurt met behulp van een zogenaamde ELISA-test (Enzyme-Linked Immunosorbent Assay). Aangezien de antistoffen die worden aangemaakt tegen het hiv-virus pas na enkele weken aantoonbaar zijn, kan de diagnose niet direct na de hiv-besmetting gesteld worden.

Behandeling

Op dit moment bestaan er nog geen geneesmiddelen om het virus volledig uit het lichaam te verwijderen en iemand alzo volledig van aids te genezen. Wel bestaan er zogenaamde aidsremmers. Deze medicijnen, ook wel antiretrovirale middelen genoemd, worden gebruikt om de reproductie van het hiv-virus tegen te gaan en zo de progressie van ziekten te verhinderen.

Tags , , ,

Een hiv-test: zo werkt het

Aids-testen of hiv-testen worden uitgevoerd om de antistoffen op te sporen die het lichaam beschermen tegen het hiv-virus. De aanwezigheid van die antilichaampjes wijst op een infectie met het virus.

Hiv

Veel mensen die met het hiv -virus besmet zijn weten dit helemaal niet. De typische symptomen van aids ontwikkelen zich doorgaans pas verschillende jaren na de infectie. Het virus vernietigt de immuuncellen die gekend zijn als CD4-cellen of T-helpercellen. Wanneer het aantal CD4-cellen minder wordt dan 200 cellen per mm³ (het normale aantal is 500 cellen per mm³) heeft een patiënt aids.

Door hun verzwakte immuunsysteem zijn patiënten met aids niet bestand tegen infecties die een gezond immuunsysteem normaal kan tegenhouden. Die infecties zijn gekend als opportunistische infecties.

Hoe vroeger iemand ervan op de hoogte is dat hij hiv-positief is, hoe vroeger hij in behandeling kan gaan, waardoor het risico op de ontwikkeling van aids of opportunistische infecties kleiner wordt. Iemand die weet dat hij hiv -positief is, zal hier in contacten met niet-besmette personen meer rekening mee houden.

Aids-testen

De standaardmethode om te screenen op hiv-infectie zijn serologische tests die de aanwezigheid van antilichaampjes voor HIV-1 en HIV-2 (de twee belangrijkste types HIV) in het bloed. Maar tussen de besmetting met HIV en de ontwikkeling van een hoeveelheid antilichaampjes die groot genoeg is om opgespoord te worden (seroconversie), gaat altijd een periode voorbij. In de meeste gevallen vindt de seroconversie binnen de zes maanden plaats.

Dit wil dus zeggen dat iemand die seropositief is de eerste maanden na de besmetting nog negatief kan testen omdat zijn lichaam nog niet veel antilichaampjes opgebouwd heeft. Personen die negatief testen moeten daar dus rekening mee houden. Mensen die denken dat ze een groot risico gelopen hebben op besmetting kunnen daarom beter geen risico nemen en zich na drie tot zes maanden opnieuw laten testen. Na zes maanden test 95% van alle besmette personen positief.

Eerst voert men op het bloedstaal een ELISA-test uit. Deze test gaat na of er  in het lichaam antistoffen aanwezig zijn. Als deze test geen antistoffen kan opsporen, betekent dat dat de persoon seronegatief is, oftewel dat hij niet met HIV besmet is. Als de ELISA-test wel antistoffen vindt, volgt er nog een tweede laboratoriumtest om te bevestigen dat het specifiek om hiv gaat in het bloed.

 Wanneer?

Je kunt best een hiv-test laten uitvoeren wanneer je risicovol seksueel contact hebt gehad, via een naald in contact bent gekomen met het bloed van anderen of in contact geweest bent met besmet bloed.

Tags , , , ,